Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Rombout Verhulstlaan e.o.
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0141.BP00065-0401

Artikel 5 Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. gestapelde en grondgebonden wooneenheden;
  2. gemeenschappelijke ruimtes;
  3. wegen;
  4. parkeervoorzieningen;
  5. fietsenstallingen 
met de daarbij behorende:
  1. tuinen, erven en verhardingen;
  2. bijbehorende voorzieningen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. hoofdgebouwen mogen enkel binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht;
  2. ten aanzien van de bouwhoogte geldt de op de verbeelding aangegeven maximale hoogte;
  3. ten aanzien van het aantal wooneenheden geldt het op de verbeelding aangegeven minimum en maximum.
5.2.2 Aan-, uit- en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:
  1. aan-, uit- en bijgebouwen mogen binnen het bouwvlak worden opgericht;
  2. het gezamenlijk oppervlakte van de aan-, uit- en bijgebouwen buiten het bouwvlak bedraagt niet meer dan 70 m²;
  3. de maximale bouwhoogte bedraagt 3,30 meter.
5.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. bouwwerken geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. Overkappingen mogen echter uitsluitend achter de gevellijn worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 meter.
5.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing:
  1. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving.
  3. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  4. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  5. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  6. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
5.4 Ontheffing van de bouwregels
5.4.1 Ontheffing met betrekking tot hoofdbebouwing
  1. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 5 lid 2.1 sub b voor verhoging van de maximale bouwhoogte met 3 meter.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 5 lid 2.2 sub c voor uitbreiding van het maximum aantal wooneenheden met 3 wooneenheden.
5.5 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel artikel 8 lid 1 wordt in elk geval gerekend het gebruik voor permanente of tijdelijke bewoning van bijgebouwen.
5.6 Ontheffing van de gebruiksregels
Burgemeester en Wethouders kunnen binnen het op de verbeelding aangeduide 'Wro-zone-ontheffingsgebied' ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 5 lid 1 sub a[1] voor de uitoefening van een kinderdagopvang onder de volgende voorwaarden:
  • Indien kinderopvang de primaire activiteit betreft:
    1. het woon- en leefmilieu van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast;
    2. de verkeersveiligheid mag (naar redelijke verwachting) niet onevenredig worden aangetast, met in het bijzonder mogelijke verkeersblokkades door het haal- en brengverkeer en/of onveilige (verkeers)situaties voor omwonenden/doorgaand verkeer;
    3. de uitoefening van een kinderopvang mag er niet toe leiden dat (naar verwachting) een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat of gaat ontstaan;
    4. de kinderopvang mag niet zijn gelegen in een doodlopende straat of in een woonstraat/woonerf met een doodlopend karakter;'
    5. de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur/samenhang van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij onder andere nadrukkelijk rekening wordt gehouden met beschermde stadsgezichten en/of (nabijgelegen) mogelijk anderszins waardevolle panden;
    6. de kinderopvang mag op een industrieterrein of een kantoorterrein worden gevestigd, mits de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan of beperking opleggen voor omliggende bedrijven en andersom;
    7. de kinderopvang moet voldoen aan het meest recente gemeentelijke beleid voor de externe veiligheid;
    8. dat aannemelijk is dat de Gemeentelijke Gezondheids Dienst (GGD) geen ruimtelijke bezwaren heeft tegen de huisvesting.
  • Indien kinderopvang ondergeschikt is aan het primaire gebruik:
    1. voor zover sprake is van een woonfunctie van het pand, dient deze behouden te blijven;
    2. het ondergeschikte medegebruik van het pand en/of de daarbij behorende bijgebouwen dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale bruto-vloeroppervlakte van 25% van de bruto-vloeroppervlakte van het pand en de daarbij behorende, al dan niet aangebouwde bijgebouwen, met een maximum van 50 m2;
    3. er dient een directe relatie te bestaan tussen de exploitant van de primaire activiteiten of bewoner en de ondergeschikte kinderopvang binnen hetzelfde pand en/of bijgebouwen;
    4. de uitoefening kinderopvang mag (naar verwachting) geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving;
    5. de uitoefening van kinderopvang mag er niet toe leiden dat (naar verwachting) een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat.